Gempemolen en 1914-1918

Al jarenlang ben ik op zoek naar de voetsporen van mijn voorvaderen tijdens de Groote Oorlog van 1914-1918...

Ondertussen verzamelde ik al zoveel materiaal en weetjes dat het zonde zou zijn er niets mee te doen. Vandaar dat we sinds onze renovatie van augustus 2025 de Gempemolen hebben ingericht in het thema van Wereldoorlog 1, ter ere van mijn overgrootvader Elias en zijn oudste broer Remi-Kamiel.

Ook is er een mooi stukje geschiedenis dat we kunnen brengen over de eerste oorlogsdagen van augustus 1914 en meer bepaald over de Gempemolen en de nabije omgeving. 

Mijn moeder is West-Vlaams. Mijn vader is een Limburger. Beide zijn ze in Leuven komen studeren en 'blijven plakken'. Vandaar dat mijn broers en ikzelf rasechte Brabanders zijn met roots in West-Vlaanderen en Limburg. Ikzelf werd 'Hagelander' en woon hier graag.

In de Gempemolen vind je vandaag enerzijds een heleboel foto's van onze West-Vlaamse familietak tijdens die periode, anderzijds ook wat heel wat militaria en tentoongestelde stukken die we in bruikleen kregen van de Verbroedering van de Karabiniers-Wielrijders.

Omdat ik bij mijn eigen kinderen ook zie dat ze op school nog bitter weinig duiding krijgen over deze donkere periode in onze geschiedenis zie ik het een beetje als 'mijn taak' om er mee voor te zorgen dat we dit niet vergeten... 

Hieronder wat duiding bij 'ons verhaal', en het verloop van de oorlog 14-18. Opgelet: deze pagina is constant 'in beweging' en ik vul aan/bij naargelang ik meer zaken ontdek of tijd kan maken om de pagina bij te werken.

Veel leesplezier, ik hoop dat ik u kan boeien, zodat we nooit vergeten wat onze voorvaderen hebben gedaan...

Hans

Alles begint bij een familiefoto uit 1915, waarop mijn bed-overgrootouders prijken, met hun 3 zonen. 

Onderaan Eduard (°1858) en Barbara (°1864), bovenaan links: mijn overgrootvader Elias (°1897), rechts: zijn oudste broer Remi-Kamiel (°1893)  (reeds in uniform) en in het midden hun jongste broer Achiel (°1902). Er waren nog 3 oudere zussen maar die waren reeds het huis uit.

Ik liet deze foto handmatig en professioneel inkleuren, dus geen AI.

Voor de oorlog begon was vader Eduard (°1858 +1925) een thuiswever die iedere dag te voet met een kruiwagen het geweven goed ging verkopen in Kortrijk. Moeder Barbara werkte, zoals veel vrouwen, bij de boer. En Elias ging al vroeg mee. Het gezin woonde afwisselend in Dadizele en Ledegem. Als er geen geld meer was om de huur te betalen (vader dronk al eens graag zijn loon erdoor) verhuisde het gezin naar Ledegem en als het financieel weer wat moeilijker werd in Ledegem verhuisden ze terug naar Dadizele.

Remi-Kamiel was een robuuste, stevige kerel en vervulde sinds juli 1913 zijn legerdienst, die toen verplicht was vanaf 20 jaar. Normaal gezien voor 20 maanden. Hij zou 9 jaar later naar huis komen... Later meer hierover. Hij was ingedeeld bij het 2e Regiment Jagers te Voet (Infanterie), gekazerneerd in Mons (Bergen).

Foto hierboven: Remi-Kamiel (rechts) en zijn vriend Arsène. 2e Jagers te Voet. Deze foto werd genomen in het Kamp van Beverloo, waar het Regiment op manoeuvers was. Datum juni 1914, enkele maanden voor de hel losbarstte... Het is de voorkant van een postkaart, die ik in mijn bezit heb.

Ik liet deze foto handmatig en professioneel inkleuren, in samenspraak met uniformspecialisten Kris Michiels en Filip Keunen, dus geen AI.

Over bovenstaande uniformen kunnen we kwijt dat ze allesbehalve praktisch te noemen waren. De zware en dan nog eens wollen donkerblauwe overjas gold als standaard voor de infanterist, zowel winter als zomer. 

Ook de grijze en anderskleurige broeken van onze troepen waren uit zware wol vervaardigd. Het mocht dan wel warm zijn, maar door de gebruikte stof was de kleding nauwelijks droog te krijgen. Denkend aan de liters zweet, een val in een gracht, een snelle wasbeurt...

De manschappen die een Sjako op het hoofd kregen (hoofddeksel zoals op de foto hierboven) aangemeten waren het hardst te betreuren. De zwarte pet glom onder de zonnestralen en liet niets van vocht naar buiten of binnen. 

Elias (mijn overgrootvader, rechts boven op de familiefoto) was op dat moment 16 jaar, te jong voor de legerdienst dus. Achiel was nog maar 11 jaar.

   

Duiding over de begindagen van de Eerste Wereldoorlog in ons land.

Op 31 juli 1914 kondigt Koning Albert 1 de algemene mobilisatie af. Remi-Kamiel wordt uiteraard mee gemobiliseerd, van afzwaaien was geen sprake meer.

Bij de mobilisatie werd het regiment onderdeel van de 5e Legerdivisie. Samen met het 5e Jagers te Voet vormde het 2e de 16e Gemengde Brigade.

Augustus 1914

3 augustus

Op 3 augustus werd de 16e gemengde brigade, waaronder dus het 2e Jagers te Voet, per spoor naar de Gete (Getelinie) gestuurd, en kwamen terecht in Geldenaken.

4 augustus

De oorlog kwam België binnen op 4 augustus 1914, niet met één slag, maar als een langzaam dichtslaande vuist. Vanuit het oosten volgde het Duitse leger de lijnen van het Schlieffenplan, vastberaden om door Belgie heen Frankrijk te omtrekken. Toch stokte die beweging onverwacht bij de forten van Luik, waar beton en staal enkele dagen standhielden tegen een overmacht. Het waren dagen die het Belgisch leger niet konden winnen, maar wel benutten.

Miljoenen mensen slaan op de vlucht voor het oorlogsgeweld. 

Zo ook Eduard, Barbara en hun 2 jongste zonen. 

Het Belgisch leger kende zijn beperkingen. Het was numeriek zwakker, minder zwaar bewapend, en wist dat een beslissende veldslag niet te houden was. Wat het wél kon doen, was tijd winnen. Weerstand bieden waar mogelijk, de Duitse opmars vertragen, de vijand dwingen tot omwegen en voorzichtigheid, en zich uiteindelijk terugplooien achter de Nationale Fortengordel van Antwerpen.
Die strategie van vertraging bepaalde elke beweging in de eerste augustusdagen.

5 augustus

Regio Hageland

Vanaf 5 augustus verbleef Koning Albert met zijn legerstaf in het Leuvense stadhuis.

In deze beginperiode van 'De Groote Oorlog' zijn de steden en dorpen tussen Demer, Dijle en Gete gedurende enkele weken het centrum van de wereldgeschiedenis. De verpletterende, goed georganiseerde Duitse oorlogsmachine walst begin augustus 1914 door onze streek op doortocht naar aartsvijand Frankrijk. Toch zal het Belgisch leger, onder leiding van onze Koning Albert I, doordacht verzet proberen te bieden.

Tot oktober 1914 zullen Duitse legers in het Hageland strijd voeren met Belgische soldaten: eerst in Halen, Budingen, Orsmaal, Sint-Margriete-Houtem en Grimde bij Tienen (de zogenaamde Gete-Linie), later in Aarschot en aan de Dijle bij de uitvallen uit de forten van Antwerpen.

8 augustus

Vanaf 8 augustus schoof de Belgische cavalerie vooruit, het Hageland in, langs de kronkelende Gete. Dorpen en steden als Diest, Zoutleeuw, Loksbergen en Halen werden vooruitgeschoven posten. De cavaleristen reden niet om te chargeren, maar om te observeren, af te schermen en Duitse verkenners -de gevreesde Uhlanen - op te houden. Het was een spel van kijken en wachten, van dreigen zonder zich bloot te geven.

Ook Remi-Kamiel en zijn strijdmakkers van het 2e Jagers te Voet waren dus ondertussen aangekomen aan de zogenaamde Getelinie. Dit was een Belgische verdedigingslijn tussen Tienen en Sint-Truiden, langs de rivier de Gete (vooral de Kleine Gete), met als doel de opmars van het Duitse leger. Men zag al in dat de forten van Luik geen stand zouden houden. Doel was dus vooral 'tijd winnen'.

12 augustus

De Slag der Zilveren Helmen

Dat spel vond zijn scherpste punt bij Halen, op 12 augustus 1914.

Daar stapte de cavalerie af, groef zich in langs hagen en veldwegen, ondersteund door mitrailleurs en artillerie. De Duitse ruiterij viel aan in de overtuiging dat de snelheid en massa zouden volstaan, maar botste op modern vuur. De aanval liep vast, de verliezen waren zwaar. Halen werd geen groot strategisch keerpunt, maar wél een morele schok - en vooral: een overwachte stilstand in de Duitse opmars. Wat Halen opleverde was geen terrein, maar tijd.

Die tijd werd onmiddellijk benut. Onder generaal Dossin verschoof de Belgische aandacht naar de as Leuven-Diest. Het Hageland werd ingericht als tijdelijke verdedigingszone.

In en rond de Gempemolen

Op 2 dagen tijd overspoelden honderden soldaten de site, met verschillende kolonnes die vanuit Leuven arriveerden.

Ook het Rode Kruis en het CAI kregen er in de schuren opslag.

Met militaire Minerva-voertuigen werden in alle haast vanuit Blauwput schoppen overgebracht naar de schuur die voor de Gempemolen stond.

Belgische omgebouwde Minerva, in augustus 1914. De gepantserde platen werden vervaardigd door de Cockerill-fabriek in de omgeving van Antwerpen. Het voertuig was bewapend met een Hotchkiss machinegeweer van 8mm beschermd door een schild.

13 augustus

Vanaf 13 augustus arriveerden eenheden van de 2e Legerdivisie in en rond Tielt-Winge en Sint-Joris-Winge. Het landschap veranderde van karakter: akkers werden marsroutes, boerderijen kwartieren en heuvels kregen een militair gewicht.

Vrijwel meteen begon het 1e Bataljon Genie te graven. In nauwelijks drie dagen ontstond een aaneengesloten loopgraven- en redoutesysteem, uitzonderlijk van omvang door deze streek. Het liep van Motbroek over Manhaeg tot richting Kiezegem, verankerd op Heuvel 78 en Heuvel 83.

Redoutes zijn kleine, zelfstandige en volledig omsloten vedschansen, meestel vierkant of veelhoekig, opgebouwd uit aarden wallen met een gracht, bedoeld als een eenvoudige maar effectieve versterking om een strategisch punt te verdedigen, vaak als buitenpost of deel van een loopgravenstelsel.

De loopgraven zelf werden tot anderhalve meter diep uitgegraven, de aarde opgeworpen tot borstweringen, gericht naar Meensel. Het was een titanenwerk, volledig met de hand uitgevoerd, in het bezef dat het maar tijdelijk kon zijn...

Aquarel/ litho te bezichtigen in de Gempemolen. Gemaakt in november 1914, door de Belgische artiest Maurice Romberg (1862-1943). Hij werd bekend als schilder en lithograaf van militaire scènes. Unieke afbeelding, gebaseerd op de uitspraak van Koning Albert I: “Et s’il les faut! Moi-même, je predrai un fusie” et il le fit. (zie links onderaan op het werk) Voorstelling: 2e Jagers te Voet of Karabiniers-Wielrijders in de  ‘loopgraaf voor staande schutter’ met Koning Albert I.

Treffend hier zijn de kleuren en Albert I in zijn uniform van de grenadiers. Schouderstukken, insignes zijn reeds verdwenen. Alsook het neerhalen van de kepie heeft een bijzondere betekenis. Duitsers viseerden namelijk hoger geplaatsten. (Dit werk is natuurlijk propaganda maar met heel accurate details). Representatieve voorstelling m.b.t. onze regio, meerbepaald in verband met de ‘loopgraaf voor staande schutter’. In het Hageland werd er in augustus 1914 in allerijl nog zo’n loopgraaf gemaakt tussen Heuvel 78 en Heuvel 83. De schoppen die hiervoor gebruikt werden, werden vanuit Blauwput met een Minerva naar de Gempemolen gebracht, waar ze tijdelijk werden gestockeerd.

Ten zuiden van de Leuvensesteenweg, in Den Hoek, nam de 2de Brigade Artillerie (II/2A) haar stellingen in, tussen de bataljons van het 2de Linie-Regiment. Vanaf 16 augustus stonden hier batterijen 31 en 32, met een open schootsveld richting Kraasbeek. 

Infanterie bezette de loopgraven; peletons van de 7de Gemengde Brigade stonden opgesteld voor rechtstaande schutters. Achter de linies kreeg ook de 5de Gemengde Brigade vorm, aangevuld met mobiele eenheden van de Brusselse Rijkswacht, die vanaf 13 augustus werden ingekwartierd in Sint-Joris-Winge. Hun taken waren leidinggevend en logistiek: transport organiseren, schootsvelden vrijmaken, een hoofdkwartier organiseren.

De stellingen waren modern uitgerust. Veldtelefonie verbond de posten, en op Heuvel 78 was zelfs een Marconizender actief. Dit was geen geïmproviseerde achterhoede, maar een zorgvuldig opgebouwde verdedigingslinie, al wist iedereen dat ze niet blijvend zou zijn.

16 augustus

Remi-Kamiel en de Jagers te Voet

Op 16 augustus ontving een compagnie van het 2e regiment Jagers te voet de “vuurdoop” te Geldenaken (Jodoigne). Diezelfde dag vallen dan uiteindelijk inderdaad de laatste forten van Luik na dagenlange beschietingen en de druk op de Getelinie is merkelijk voelbaar. Het Belgisch leger plande een geleidelijke maar algemene terugtocht naar Antwerpen.

18 augustus

Hugh Gibson

Op 18 augustus 1914 hing er 's ochtends nog een bedrieglijke rust over het landschap. Rond 11 uur reed de Amerikaanse diplomaat Hugh Gibson door de streek, gedwongen tot een omweg langs het Kiekenbos. Hij nam foto's (de enige gekende beelden van dit Hagelandse front) niet wetende dat hij een verdwijnend landschap vastlegde.

Foto: 18 augustus 1914, genomen door Hugh Gibson, tijdens zijn doortocht naar Diest rond de middag... Wie goed kijkt erkent links de kerk van St.Joris-Winge en rechts een toen nieuwe woning, later gekend als de woonst en praktijk van dokter Vanderwaeren! Enkele uren na deze foto zouden de eerste Uhlanen verschijnen, komende van Kiegezem en het medisch korps ( rechts in beeld ) in aller ijl aftocht maken naar Gempe en het domein van het kasteel van Kleerbeek... een stelling die op dezelfde avond alweer geruimd werd richting Holsbeek.
(Foto collectie Museum HBFV Tielt-Winge)


De ontmoeting met de Jagers te Paard, karabiniers en gidsen aan het rangeerstation, enkele honderden meters naar Leuven toe, van het kruispunt Horenweg-Diestsesteeweg te Tielt. (Foto genomen door Hugh Gibson)

Gibson omschrijft in zijn dagboek, tussen Leuven en Diest:

"Aarden werken waren langs de hele linie in de velden aangelegd: degelijk en doeltreffend. Goed verborgen loopgraven, die een aanvallende troepenmacht heel wat problemen zouden bezorgen. Op één plaats was een belangrijke verschansing aangebracht in een hooiveld. De borstweringen waren zorgvuldig met hooi bedekt en de mannen hadden het zo rond hun hoeden gebonden dat zij bijna volledig aan het zicht werden onttrokken. Deze oorlog zal kennelijk worden uitgevochten met veel aandacht voor detail en met grote vindingrijkheid"

link naar het dagboek van Hugh Gibson

Ook Glabbeek kreeg zware klappen te verduren (meer info via deze link)

Later die dag verschenen Duitse Uhlanen op de heuvels bij Bekkevoort en Wersbeek. Artillerievuur volgde. Belgische batterijen, waaronder 31 en 33, antwoordden. Mitrailleurposten werden opgeblazen om ze niet in vijandelijke handen te laten vallen. De bevelen waren chaotisch, versnipperend. Pas in de vooravond kwam het bevel tot terugtrekken.

In de nacht van 18 en 19 augustus verlieten de Belgische eenheden hun stellingen. In het donker, onder het dreunen van de kanonnen, trokken ze zich terug richting Roeselberg, Houwaart en Holsbeek. De loopgraven rond Manhaeg waren bij de zwaarste beschietingen vermoedelijk al verlaten. Een late, maar vermoedelijk levensreddende beslissing. Wat achterbleef waren verlaten stellingen, achtergelaten munitie, omgewoelde aarde.

19 augustus

19 augustus was een zware dag. 's Ochtends verliet de Koning Leuven en verplaatste zijn hoofdkwartier naar Mechelen.

Zo eindigde, tussen Halen en de Gempemolen, een kort maar intens hoofdstuk van de Belgische verdediging. In drie dagen opgebouwd, in één nacht opgegeven, en daarna bijna vergeten. Pas veel later zou men opnieuw leren kijken naar wat hier in augustus 1914 werd uitgegraven: niet alleen aarde, maar tijd. Tijd die elders beslissend zou blijken.

informatief: bovenstaande foto is een bewerkte foto die we gebruikten voor een event dat we in 2025 organiseerden rond 1914 aan de Gempemolen

Omdat de Belgische achterhoede toch hardnekkig tegenstand bood, gingen de Duitsers over tot vreselijke vergeldingsmaatregelen, waarbij zowel burgers als krijgsgevangen militairen niet werden gespaard.

Aarschot

In Aarschot gingen bijna 400 huizen in vlammen op en naar schatting 170 burgers kwamen om.

Aanleiding tot deze slachtpartij was de dood van een Duitse kolonel, die overigens mogelijk door eigen kogels was getroffen. De invallers duidden de zoon van de burgemeester aan als dader.

Eerst werden de burgemeester, zijn broer en zijn zoon doodgeschoten voor al het volk. De soldaten verplichtten de mensen op de Grote Markt te komen. Daar werden mannen en vrouwen gescheiden. Vooral de jongemannen werden met hun handen samengebonden en doodgeschoten. De andere mannen en vrouwen mochten vluchten. Vele huizen werden in brand gestoken, de kerk werd gans verwoest.

Ook op 19 augustus 1914 leerden ook Attenrode, Linden en Lubbeek de gruwel van de oorlog kennen. Daar vielen zeker 47 burgerslachtoffers.

Ook in de wijde omgeving raasde de Duitse terreur dagenlang door dorpen en stadjes als Schaffen, Tremelo en Diest.

Tegen de avond was Leuven in Duitse handen.

Koning Albert was ondertussen in Mechelen maar de legerleiding besefte dat de posities aan de Dijle werden omzeild door de vijandelijk rechtervleugel en de staf gelastte een verdere terugtocht naar de vesting Antwerpen.

Antwerpen was strategisch aantrekkelijk als verzamel‑ en bevoorradingspunt en had de fortengordel waarmee België hoopte om de Duitse opmars te vertragen of af te schermen.

September 1914

Ook Remi-Kamiel kwam met het 2e Regiment Jagers te Voet in Antwerpen terecht en werd mee ingezet bij de zogenaamde 'Uitvallen vanuit Antwerpen', ook wel 'sorties' genoemd. Dit zijn kortdurende aanvallen of verkenningsacties die vanuit een verdedigingspositie worden uitgevoerd, waarbij het de bedoeling was de Duitse belegering te doorbreken of te verzwakken, patrouilles te sturen om de vijand te lokaliseren en mogelijk Duitse aanvoerlijnen aan te vallen. 

Deze uitvallen gingen soms zelfs tot in de buurt van Leuven. De verliezen waren zwaar.

Vanaf eind september begonnen de Duitse troepen de fortengordel rond Antwerpen te belegeren. 

De eerste Duitse aanval op Antwerpen in 1914 begon op 28 september waarbij ze de forten bestookten met zware artillerie. Dit was het begin van de Slag om Antwerpen

Oktober 1914

Op 7 oktober verliet de Koning Antwerpen en vestigde zijn hoofdkwartier in Veurne en De Panne. Ook Remi-Kamiel en zijn Regiment alsook andere eenheden werden verplaatst naar de Ijzerstreek.

Antwerpen valt op 10 oktober 1914. 

Na een bewegingsoorlog van ongeveer drie maanden (waarbij het Belgisch leger zich vooral terugtrok omdat het niet op kon tegen de Duitse overmacht) volgde op 18 oktober 1914 de zware slag aan de IJzer, waarbij de Belgen ternauwernood stand konden houden.

Het 2e Regiment Jagers was tijdens de Slag aan de IJzer vooral actief in de regio Diksmuide en Stuyvekenskerke.

Wat we moeten beseffen...

We moeten beseffen dat in de eerste 3 maanden van de oorlog meer dan 60% van ons leger was gesneuveld...

Op 23 oktober raakte Remi Kamiel gewond in Pervijze, een dorp dat zeer dicht aan de Belgische frontlinie langs de IJzer lag. Het dorp en de spoorwegbedding waren strategisch belangrijk. In militaire journaals vind ik terug dat tussen 22 en 24 oktober 1914 de gevechten heel intensief waren in en rond Pervijze: zwaar artillerievuur, herhaaldelijke Duitse aanvallen om door te breken, en Belgische verdediging die flink onder druk stond.

Op 23 oktober specifiek probeerden de Duitsers om door te breken langs de Belgische frontlijn bij de IJzer, inclusief in de sector rond Pervijze en Schoorbakke. De Belgische verdedigers werden zwaar onder vuur genomen, en het bruggenhoofd bij Schoorbakkebrug zat zwaar in de problemen omdat het onder vuur genomen werd  uit meerdere richtingen, waardoor de verdediging op bepaalde punten teruggetrokken moest worden. 

Er waren pogingen om stand te houden tussen Schoorbakke en Stuivekenskerke, en in ieder geval werd het bruggenhoofd door de Belgen vernietigd om te vermijden dat het in Duitse handen kwam. Daarna moest men zich hergroeperen achter sterkere lijnen zoals de spoorwegbedding.

In de nacht van 29 op 30 oktober 1914 werd de IJzervlakte onder water gezet. Een dag later, op 31 oktober 1914, was de slag gestreden.

De bewegingsoorlog was voorbij, de stellingenoorlog, die duurde tot 1918, kon beginnen.

Deze stellingenoorlog sproot voort uit het feit dat koning Albert 1 terecht koppig en halsstarrig vasthield aan zijn grondwettelijke eed waarin stond dat hij de onafhankelijkheid van het Belgische grondgebied zou vrijwaren. Hij wou er dus alles aan doen om een stuk van het grondgebied te behouden.

Remi-Kamiel werd geëvacueerd naar een hospitaal in Trouville, een badstad in Frankrijk, vlakbij Deauville.

Toen de oorlog uitbrak in 1914, mobiliseerden de Franse autoriteiten snel voorzieningen voor de opvang van gewonden. In kustplaatsen als Trouville en Deauville werden hotels, casino’s en grote villa’s ingeschakeld als tijdelijke ziekenhuizen of opvangcentra voor gewonde soldaten.

Het idee was dat deze gebouwen vaak veel kamers hadden, goede infrastructuur (water, verwarming, etc.), en bereikbaar waren via de kustlijnen of spoorwegen.

December 1914

Na een lange zwerftocht kwamen mijn bedovergrootouders Eduard en Barbara, samen met hun 2 jongste zonen Elias (mijn overgrootvader) en Achiel terecht in de haven van Calais, waar ze op een pakboot werden gezet, samen met honderden lotgenoten, om zo in La Rochelle toe te komen.
Belangrijk (en cruciaal) weetje: op deze boot leerde Elias mijn overgrootmoeder Julia kennen. De families blijven samen na aankomst in La Rochelle en de liefde werd groter...

Foto van de 'Paquebot Malte', waarmee mijn familie van Calais naar La Rochelle werd gebracht.

De archieven van de stad La Rochelle leren ons dat onze familie aan wal is gegaan zijn in La Pallice / La Rochelle en werden daar ingeschreven in de registers.

01.12.1914 Edouard en Barbara Sophie Sioen-Pattyn, Elias (17) en Achille (12).

Januari 1915

In zijn militair dossier vond ik echter niet terug hoe Remi-Kamiel geblesseerd raakte, maar op 20 januari 1915 was hij terug bij zijn eenheid aan het front.



November 1915

Ondertussen in La Rochelle...
Op 21 november 1915 werd Elias 18 jaar... Tijdens de oorlog werden de Belgische vluchtelingen in Frankrijk opgeroepen om soldaat te zijn. Zo ook mijn overgrootvader Elias

.

Foto van Elias, mijn overgrootvader. Foto genomen in La Rochelle ergens in 1915

Juni 1916

Op 26 juni 1916 meldde hij zich aan in het opleidingskamp van Parigné-l'Evêque (een onderdeel van het kamp van Auvours) Daar blijft hij tot december.

De opleidingskampen in Frankrijk zijn opgericht om rekruten van een elementaire soldatenopleiding te voorzien. Men leerde omgaan met het geweer, het vechten met de bajonet en het soldatenleven.

Foto1: Mijn overgrootvader Elias in Parigné-l'Evêque, in het 'vaalwitte' uniform en tondeuse in de hand (deze tondeuse kan u bezichtingen in de Gempemolen....)

Foto 2: uiterst rechts: mijn overgrootvader Elias tijdens de opleiding.

De soldaten in opleiding liepen soms weken in burgerkledij maar werden later standaard voorzien van een soort vaalwitte uniformen. Nadien werd dat een blauw uniform, met de zogenaamde 'ijzerkepie'.

Foto: mijn overgrootvader Elias in het opleidingskamp Van Perigny Leveque in 1916, dit keer met blauw uniform, grijze broek en de befaamde 'ijzerkepie'.

Ook deze blauwe uniformen waren achterhaald... De donkere kleur van het uniform was verouderd en tactisch zeer slecht tegenover de Duitse camouflagepakken.

December 1916

In december 1916 werd Elias naar Calais gestuurd, naar het depot van de Cavalerie, en ingelijfd bij de Karabiniers-Wielrijders, waar hij een nieuwe opleiding krijgt tot maart 1917.

Foto's hierboven vermoedelijk tussen januari en maart 1917: Mijn overgrootmoeder Julia en overgrootvader Elias in 1917, tijdens een 'repos' in La Rochelle. Elias draagt hier het uniform van de Karabiniers Wielrijders. Je ziet duidelijk een fietswiel op de kraagspiegel en een '1' (van 1e Bataljon) op de schouder alsook op zijn muts. 
Gezien het boeketje dat Julia in haar hand houdt vermoeden we dat dit hun officiële verlovingsfoto is...

Maart 1917

In maart 1917 wordt Elias naar het front gestuurd, waar hij op 18 maart 1918 gewond geraakt bij 'De tegenaanval op Reigersvliet', maar hij blijft aan het front en wordt daar verzorgd.

Oktober 1917

Op 16 oktober raakt Elias weer gewond, dit keer door een gasaanval en uit zijn militair dossier weten we dat hij wordt geëvacueerd naar Calais tot december 1918.

Op 27 oktober 1917 schrijft Elias aan zijn teergeliefde Julia. De kaart wordt verstuurd vanuit 'Rodelinghem'. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het gebruikelijk dat gewonde soldaten eerst naar een voorwaartse hulppost / chirurgische post werden gebracht, vaak dichtbij het front. Daarna werden ze naar grotere hospitalen of “lazarettes” overgebracht.

Vooral de laaste twee zinnen ontroeren me elke keer als ik ze lees...


"Nu aanvaard mijne beste groeten van uwen toegeneegen vriend die zoo naar U verlangt. Nu slaap wel en droomt ook geestig tot morgen. Uwen Elias Sioen."

De voorkant van de postkaart die Elias aan Julia stuurde... Ieper in de vlammen...


-wordt vervolgd-


keyboard_arrow_up

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x