Home

Geschiedenis van de Gempemolen

Geschiedenis van de Gempemolen

Meer dan acht eeuwen geschiedenis

De geschiedenis van de Gempemolen gaat minstens terug tot de eerste helft van de dertiende eeuw. De oudste bekende schriftelijke vermelding dateert uit 1229, wanneer hertog Hendrik I van Brabant de molen, samen met haar gronden en spaarvijvers, schenkt aan de pas opgerichte Norbertinessengemeenschap van Gempe. Uit deze schenking kunnen we afleiden dat de molen op dat ogenblik al bestond en voordien deel uitmaakte van het hertogelijk domein. Oudere bronnen zijn voorlopig niet bekend.

Een doordachte ligging

De plaats waar de Gempemolen werd gebouwd, was zorgvuldig gekozen. Hier komen de Molenbeek, de Sassenbeek en de Kraaiwinkelbeek samen. Door de Molenbeek hoger in de vallei te verleggen en verschillende spaarvijvers aan te leggen, kon voldoende water worden opgeslagen om ook tijdens droge periodes het bovenslagrad aan te drijven. Dat uitgekiende watersysteem vormde eeuwenlang de basis van de werking van de molen.

Vijf eeuwen eigendom van de Norbertinessen

Van 1229 tot 1728 bleef de Gempemolen eigendom van het Norbertinessenklooster van Gempe, ook bekend als Insula Ducis of 's Hertogeneylant. Uit die lange periode zijn slechts enkele documenten bewaard gebleven, maar ze bevestigen wel dat de molen toen al werkte met een bovenslagrad. Een attest uit 1487, opgesteld door Jan Soeten, gezworen molenslager van Leuven, beschrijft onder meer de hoogte van de pegel die nodig was om het water correct op het rad te laten uitkomen. Ook een document uit 1510 verwijst opnieuw naar deze constructie.

De verkoop van 1728

Op 15 september 1728 verkochten de Norbertinessen de molen aan molenaars Jan Baudewijns en Anna Hermans. Opvallend is dat de spaarvijvers eigendom van het klooster bleven. De nieuwe eigenaars mochten het water blijven gebruiken, op voorwaarde dat het visbestand in de vijvers niet werd beschadigd. Waarom het klooster de molen verkocht, is niet met zekerheid bekend. Mogelijk hield de verkoop verband met de omvangrijke bouwactiviteiten die het klooster in dezelfde periode uitvoerde.

Brand en verbouwingen

Bouwhistorisch onderzoek wijst erop dat de molen in de achttiende eeuw gedeeltelijk werd verwoest door een brand. Vermoedelijk ging het volledige dakgebinte verloren en volgden ingrijpende verbouwingen. Een jaartal, 1758, dat in een houten balk werd teruggevonden, zou kunnen verwijzen naar deze werken. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat de molen vóór de brand waarschijnlijk kleiner was en er anders uitzag dan vandaag.

Franse tijd en negentiende eeuw

Na de opheffing van het Norbertinessenklooster tijdens de Franse Republiek werden de eigendommen openbaar verkocht. De spaarvijvers kwamen in andere handen terecht, al ontbreken hierover voorlopig de nodige archiefstukken. Hierdoor ontstaat een periode van bijna tachtig jaar waarover weinig historische gegevens bekend zijn.

Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw beschikken we opnieuw over meer informatie. De molen en de omliggende gronden kwamen opnieuw in één eigendom terecht en wisselden vervolgens verschillende keren van eigenaar. De oude spaarvijvers waren intussen grotendeels omgevormd tot bos of oserai (schaarhoutbos), terwijl in de verkoopakten zorgvuldig werd vastgelegd dat de toevoer van water naar de molen steeds moest worden gegarandeerd.

Technische evolutie

Zoals vele watermolens paste ook de Gempemolen zich aan de veranderende tijden aan. Naast de waterkracht werden later een stoommachine en vervolgens een dieselmotor gebruikt om het maalwerk aan te drijven. Toch bleef het oorspronkelijke watermolensysteem steeds behouden. In het gebouw zijn vandaag nog verschillende sporen van deze technische evolutie zichtbaar.

De laatste molenaars

In de twintigste eeuw bleef de molen actief. In 1943 werd het oude houten bovenslagrad vervangen door een aangepast rad afkomstig van de Heilige Geestmolen in Sint-Pieters-Rode. Op 12 april 1944 werd de Gempemolen beschermd als monument. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd nog gemalen, maar nadien nam de activiteit geleidelijk af. In 1963 werd de molen verkocht aan de familie Lavaerts-Nulens, die het gebouw als buitenverblijf gebruikte.

Een nieuw hoofdstuk

Na een korte tussenperiode nam Hans Meus in 2007 de uitbating van de Gempemolen over. Naast het dagelijkse leven in het restaurant groeide ook de belangstelling voor de geschiedenis van de molen, het gehucht Gempe en haar vroegere bewoners.

Door jarenlang archiefonderzoek, het verzamelen van oude foto's en documenten en gesprekken met voormalige bewoners en hun families kon een groot deel van het verhaal van de Gempemolen opnieuw worden samengesteld. Dat onderzoek loopt vandaag nog steeds verder. Regelmatig duiken nieuwe bronnen of getuigenissen op die de geschiedenis verder aanvullen.

De geschiedenis van de Gempemolen is dan ook geen afgesloten verhaal. Ze blijft groeien, net zoals de kennis over deze bijzondere plaats.

Op de volgende pagina's gaan we dieper in op verschillende hoofdstukken uit deze geschiedenis, waaronder het Norbertinessenklooster van Gempe, het gehucht Gempe, de historische afspanning De Dry Haringen en de werking van de watermolen.