Test Gempemolen en de periodekamer 1914-1926

Al jarenlang ben ik op zoek naar de voetsporen van mijn voorvaderen tijdens de Groote Oorlog van 14-18...

Ondertussen verzamelde ik al zoveel materiaal en weetjes dat het zonde zou zijn er niets mee te doen. Vandaar dat we sinds onze renovatie van augustus 2025 een themakamer hebben ingericht, ter ere van mijn overgrootvader Elias en zijn oudste broer Remi-Kamiel.

In deze ruimte ("de goei kamer") vind je enerzijds een heleboel foto's van onze familie tijdens die periode, anderzijds ook wat militaria.

Omdat ik bij mijn eigen kinderen ook zie dat ze op school nog bitter weinig duiding krijgen over deze donkere periode in onze geschiedenis zie ik het een beetje als 'mijn taak' om er mee voor te zorgen dat we dit niet vergeten... 

Hieronder wat duiding bij 'ons verhaal', en het verloop van de oorlog 14-18. 

Opgelet: deze pagina is constant 'in beweging' en ik vul aan/bij naargelang ik meer zaken ontdek of tijd kan maken om de pagina bij te werken.

Veel leesplezier, ik hoop dat ik u kan boeien, zodat we nooit vergeten wat onze voorvaderen hebben gedaan...

Hans

Waar het familieverhaal voor mij begint.... Een postkaart uit 1914.

Op deze reis door het verleden ben ik constant onderweg.

Daarom zal het verhaal 'in beweging zijn', en worden sommige teksten of bevindingen misschien later aangepast met nieuwe info, die ik hier en daar bij elkaar zal sprokkelen.

Zoals veel mensen ben ik ook aan het snuisteren in mijn familiegeschiedenis.

Eigenlijk werd me al een heel stukje familiegeschiedenis met de paplepel meegegeven doordat mijn beide grootvaders goede vertellers waren.

Grootvader Fons Meus in Limburg, grootvader Remi Sioen in West-Vlaanderen. Allebei waren het onderwijzers en dus gedreven in het boeien van kinderen... en dus ook van hun kleinkinderen...

Toen ik nog een klein manneke was had mijn bompa aan moeders kant - Remi Sioen - in een schuur in zijn tuin een klein museum gemaakt, met relikwieën en aandenkens aan zijn ouders: pépé en mémé... Mijn overgrootouders dus.

Pépé (Elias Honoré Sioen) was een man van duizend stielen, een plantrekker die ook had gevochten in de loopgraven aan den Ijzer... Ik herinner me dat mijn bompa in de tuin zijn asperges uitstak met een bajonet die op het geweer van pépé had gestaan 'binst den oorlog' en hoe hij vertelde dat pépé had geen gasmasker toen de Duitsers gasbommen wierpen, en hij in een zakdoek moest pissen en die voor zijn mond houden.... En pépé blies op een klaroen en had medailles...

Straffe verhalen, waar ik toen al enorm door geboeid kon zijn...

Wat daarenboven zeer bijzonder is, is dat wij in onze familie een onwaarschijnlijk mooi en zeer uitgebreid foto-archief bezitten, dat al jaren gekoesterd en beheerd wordt door de broer van mijn moeder, Patrick Sioen.

Bijna elke foto is gedigitaliseerd, met datum en data. Een monnikenwerk waarvoor ik hem eeuwig dankbaar zal zijn.

Ook hebben mijn beide grootvaders aan het einde van hun leven hun eigen levensverhaal uitgeschreven, hier en daar wat aangedikt, zo blijkt nu, of niet altijd even correct op historisch vlak dan. Maar wel een mooie schat aan informatie uiteraard. Om door te geven aan het nageslacht. Want vroeg of laat stelt iemand van onze kinderen de vraag: "papa, vertel eens over vroeger"...

De postkaart...

Alles begint voor mij net voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, met een oude postkaart, daterend van juli 1914 en verstuurd vanuit het Kamp van Beverloo, Leopoldsburg.

Op de voorkant van de postkaart: Remi Kamiel Sioen (rechts), oudste broer van mijn overgrootvader. Norse blik, fiere vent. Links van hem staat zijn vriend, Arsène. 

Beide heren zijn van de lichting 1913 en vervullen de verplichte legerdienst, die 20 maanden zou duren. Ze zijn als milicien ingelijfd bij het 2e Regiment Jagers te Voet, gekazerneerd in Mons (Bergen).


Op het moment van de foto op de postkaart zijn ze op manoeuvres in het Kamp van Beverloo, waar hoofdzakelijk werd geoefend op schieten en scherpschieten.

Over bovenstaande uniformen kunnen we kwijt dat ze allesbehalve praktisch te noemen waren. De zware en dan nog eens wollen donkerblauwe overjas gold als standaard voor de infanterist, zowel winter als zomer. 

Ook de grijze en anderskleurige broeken van onze troepen waren uit zware wol vervaardigd. Het mocht dan wel warm zijn, maar door de gebruikte stof was de kleding nauwelijks droog te krijgen. Denkend aan de liters zweet, een val in een gracht, een snelle wasbeurt...

De manschappen die een Sjako op het hoofd kregen (hoofddeksel zoals op de foto hierboven) aangemeten waren het hardst te betreuren. De zwarte pet glom onder de zonnestralen en liet niets van vocht naar buiten of binnen. 

De kaart werd verstuurd naar het thuisfront enkele maanden voor de Groote Oorlog uitbrak...



De familie Sioen

keyboard_arrow_up

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x